Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 5 februari 2020

Ha stiltewandelaars en gedichtenliefhebbers,

Wat een stralende ochtend na al die grijze dagen! In de schaduw lag de rijp nog op het gras. Maar lopend in de zon hadden we haast te dikke jassen aan.
We hoorden roffelende en lachende spechten en hoge vogelgeluidjes als kleine belletjes.
We liepen met een gedicht uit een gloednieuwe bundel van Roelof ten Napel:

SONNET IX

wat we begrepen of beleefden onder de naam van god
kan niet zijn verdwenen toen we stopten te geloven
in zijn bestaan –
ik bedoel dat er jaren zijn geleefd, en niets daarvan
verdwenen is,

wat we begrepen of beleefden heeft dus
plaatsgehad, ook als we niet meer weten hoe het heten moet –
ik noem het pijn, omdat pijn in de buurt komt
van hoe ik denk dat god was, toen hij er was –
ik bedoel niet dat we god ervoeren als pijn, maar dat god en pijn
ondeelbaar zijn,

alomtegenwoordig, maar eigenlijk steeds eenzaam,
verborgen in elk
omringend, lijdend lichaam

Roelof ten Napel
Uit: In het vlees, 2020

Omdat ik vorige week met één van de stiltewandelaars naar een interview met deze dichter in de Nieuwe Kolk was geweest, vertelde ik de wandelaars dat hij 26 jaar oud is. Dat leverde een hoop verrassing op. Hoe kun je zulke wijze dingen zeggen op zo’n leeftijd!
Direct al de eerste strofe vonden de meeste wandelaars prachtig. Het klopt, vond men, wat je vroeger geloofde zit nog in je lijf en ziel. De impact ervan is nog niet over. Iemand die opgevoed was met een blijmoedig geloof vertelde dat de gedachte eraan haar nu nog optilde. Je kunt het geloof van je jeugd voelen als rijkdom, hoewel je geloof er nu heel anders uitziet. En je kunt met weemoed terugdenken aan dat rijke gevoel van godsvertrouwen. En daarbij, zei een ander, het zit in de mens gebakken. Het religieus zijn hoort bij de mens. Ook al geloof je het niet. Ofwel zoals het gedicht zegt: “stopten we te geloven in zijn bestaan – “
Het gesprek ging heel lang over het verband dat de dichter legt tussen “god” en “pijn”.
Iemand vond het idee om god te verbinden met pijn te beperkt, want god werd door deze wandelaar ook ervaren in momenten van dankbaarheid en liefde.
“Pijn heeft niks met god te maken”, werd gezegd.
Anderen memoreerden dat nood leert bidden. Dus dat mensen juist (weer) bij god uitkomen in moeilijke tijden. In tijden van pijn en lijden en uiteindelijk in tijden van oorlog (‘Gott mit uns’).
Als je je hopeloos voelt en pijn ervaart, dan voel je je eenzaam, dan heb je iets nodig en roep je god aan, zei een andere wandelaar. Dán je wenden tot god geeft iets samenbindends en gaat veel dieper. Je kunt dan hoop en troost ervaren.
Weer een nader had moeite met god gelijk te stellen aan liefde. Net als met het lieve beeld van jezus. Ds. Rob Visser had in De Verwondering van afgelopen zondag gezegd dat Jezus ‘strijdbaar’ was en ‘woest kon worden om onrecht’. Dat leek een completer beeld.

Ikzelf had uit mijn vraag aan Roelof ten Napel begrepen dat hij “pijn” en “god” in zoverre vergelijkbaar vond dat de ervaring van god en de ervaring van pijn “ondeelbaar” zijn. Niet te delen met een ander. Niet na te voelen en niet uit te leggen. Dat gaf verduidelijking. Want eerst leek het, door het woord “ondeelbaar” (derde strofe) of de begrippen “god” en “pijn” als het ware niet te scheiden zijn. Bij elkaar horen.
De wandelaars vonden dat er eigenlijk ook geen woorden zijn die beide ervaringen recht doen. Woorden schieten tekort en doen de begrippen, de ervaringen tekort.
Het oude beeld van “god” is weg, zo begrepen we de eerste strofe, maar god zelf is niet weg . Je hebt er alleen nu geen woorden meer voor. En kunt het niet meer werkelijk delen met een ander.

In je ervaring van ‘god’ én van ‘pijn’ ben je juist omdat je het niet echt met een ander kunt delen in wezen eenzaam, begrepen we. Opgesloten, “verborgen in elk omringend, lijdend lichaam”.
In feite deed zoiets zich, volgens mij, al enigszins voor tijdens ons gesprek. De één vertelde god te ervaren als iets groters dan zijzelf, als iets ‘boven ons uit’. Iets waarbij twee uitersten als pijn en liefde samenvallen. Een ander vond juist dat god tegenwoordig steeds meer gezien wordt als iets/iemand in jezelf. Dat andere beeld, was het oude beeld. Over zoiets ongrijpbaars, en ook zo teer en kwetsbaar, kun je elkaar niet echt bereiken. Het gaat om ervaren, om voelen. Ook om toelaten misschien.

Ook ‘pijn’ is vaak moeilijk deelbaar, moeilijk mee te laten voelen aan een ander. Bij kleinere pijnen kun je vaak nog wel bij een ander terecht, zei iemand, maar met grote pijn weten mensen vaak geen raad.
Een andere wandelaar was het daar uiteindelijk toch niet mee eens. Ook bij diepe pijn of verdriet kun je soms een glimp voelen van verbinding. Een vogeltje horen, een lied, een blik opvangen.
Het is soms en het zijn glimpen Maar toch.
Dat kan je boven die fundamentele eenzaamheid uittillen.

Na een uur praten moest ik het gesprek helaas beëindigen. Maar niet na nog een laatste opmerking van iemand die struikelde over het tweede woordje van het gedicht: “we”.
Waarom zegt de dichter ”we”? Wellicht bedoelt hij een bepaalde groep, een generatie die op een bepaalde manier geloofde, suggereerde iemand.
Maar de vragensteller voelde zich die “we” als het ware opgedrongen. Alsof wij, die het gedicht lezen, tot de “we” zijn gebombardeerd. En dan lijkt wat de dichter beschrijft op die manier universeel. In de zin van ‘men’, als een woord voor zo’n beetje iedereen. Maar zo tegenover ‘god’ staan is niet universeel,  vond de wandelaar.

Eén van de wandelaars herinnerde me aan troostende regels uit een nieuw lied van Huub Oosterhuis (eind januari gehoord in de Martinikerk):

En komt Hij niet,
je zult nooit weten waarom niet.
Troost je,
Hij hoort je van verre
Hij is van ver en dichtbij.
 
(uit lied: Gods uitverkoren koning – Psalm 21 vrij)

De volgende stiltewandelingen zijn:
Vrijdagochtend 21 februari
Woensdagochtend 4 maart
P.S.        Over Huub Oosterhuis gesproken: zondag 23 februari om 16.00 uur is er in het kader van Musica pro Deo een vesper met liederen van Huub Oosterhuis. Thema: “Aarde, mijn aarde, mijn moederhuis”.
Er valt veel zelf te zingen door de gemeente en het geheel wordt begeleid door een projectkoor met dirigent Dick Dijk.
Tijd: 16.00 uur.
Plaats: Adventskerk
Iedereen welkom!