Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 8 januari 2020

Ha stiltewandelaars en gedichtenlezers!

De eerste stiltewandeling van 2020 was een warme. Nou ja, haast lauw. We hadden te dikke jassen aan. Verder was het grijs weer en stil. Je hoorde amper vogels. Toch heerlijk om te wandelen.

TEN GELEIDE

Wij die in weerwil van de tijd
het onverdraaglijkste verdroegen,
vanaf dat wij de weg insloegen
die naar voorbij de einder leidt,

beseffend dat wij, juist omdat
wij haakten naar het allerhoogste,
wat is gezaaid niet zullen oogsten,
wij gaan het ongeweten pad

tot aan het ongeweten eind,
en vragen niet dan ten geleide
het licht dat soms van gene zijde
voor onze voeten schijnt.

Jean Pierre Rawie Uit: Geleende tijd (1999)

Waar de één dit gedicht direct herkende als een jas die precies paste om het eigen leven van dit moment, kostte het de ander meer tijd om het gedicht eigen te maken.
De Rawie-liefhebber uit het wandelgroepje vond het direct ‘Prachtig!’, hoewel dit gedicht ‘zachter’ gevonden werd dan de meeste gedichten van Rawie. ‘Mooie oude woorden, heel beeldend’, werd ook gezegd.
We deden allereerst ons best om precies te begrijpen wat Rawie bedoelt te zeggen. Hoe de zinnen lopen, wat ze betekenen.
En vervolgens keken we of we herkennen wat hij wil duidelijk maken. Het eerste woord is namelijk “Wij”.
“Wij die (…) het onverdraaglijkste verdroegen”, is dat nu een passief ondergaan van wat je overkomt? vroeg iemand zich af. Nee, reageerden andere wandelaars direct, verdragen is een zwaar proces. Dingen overkomen je weliswaar, je kunt voelen dat je het maar te nemen hebt, maar hóe je er tegenover staat, dat is iets actiefs, een keuze. Accepteren of aanvaarden gaat niet vanzelf.
Best een pittig woord, dat “onverdraaglijkste”. Toch dachten we dat ieder in zijn of haar leven wel iets te verdragen heeft dat onverdraaglijk is of leek.
De tweede strofe heeft ook zoiets lastigs “beseffend dat wij, juist omdat wij haakten naar het allerhoogste, wat gezaaid is niet zullen oogsten”. Hoezo, omdat? Iemand zei dat het “allerhoogste” niet zomaar iets is, een groot ideaal of zo, maar eigenlijk gelijk al onbereikbaar. Als je te hoge doelen stelt en daar zelf de vruchten van wilt kunnen plukken kun je teleurgesteld raken. Maar het wil niet zeggen dat jouw “haken” naar het allerhoogste helemaal geen vruchten afwerpt. Want misschien plukken degenen die na jou komen er wel de vruchten van.
Overigens, zei een wandelaar, moeten er dan alleen mooie dingen gebeuren in je leven? Je kunt ook leren van tegenslagen, met tegenslagen leren omgaan. Ook dat is oogsten. Je ontwikkelt je, je trekt lessen, om weer verder te kunnen gaan.
Zo kun je je ondanks verdriet toch gelukkig voelen. Dat is omdat je de zin ervan kunt zien. Je kunt er betekenis aan geven voor je leven.
Het kan blijken dat je door verdriet en tegenslagen groeit.

Overigens kan het helpen, zei iemand, om in dat streven naar het allerhoogste niet te krampachtig te zijn. Los te leren laten..
Een paar wandelaars maakten daarom een verschil tussen enerzijds de beheersing en controle willen hebben over je leven ofwel het leven naar je hand willen zetten en anderzijds het regie willen houden over je leven.
Regie houden vonden ze ‘loslaten met invloed’.

De eerste zin bleef lastig. Waarom staat er ‘in weerwil van de tijd’? Gaat dat over dat de tijd van je leven beperkt is en dat je ondanks dat toch onverdraaglijke dingen aangaat, ze niet uit de weg gaat?
Of bedoelt Rawie met “tijd” tijdgeest? Dus dat we in weerwil van (ondanks) de tijdgeest het onverdraaglijkste verdroegen. De tijdgeest is dus niet van het verdragen van onverdraaglijkheden.
De wandelaar die “tijd” opvatte als tijdgeest opperde dat de dichter met zijn gedicht wil zeggen: wij konden het pas verdragen, tegen de tijdgeest in, toen we de weg, die we niet kennen, evenmin als het eind daarvan, gewoon gingen. Niet teveel vragen, want het is niet te weten. Het gaat erom de weg gewoon maar te gaan.
Dan kun je ook het niet-weten van dat pad en het ongewisse einde ervan verdragen.
En zo bleken uiteindelijk niet alleen de slotzinnen hoopvol te zijn.

Die we zo mooi vonden (het ‘zachte’, dat enkele wandelaars zo niet typisch Rawie vonden): “en vragen niet dan ten geleide het licht dat soms van gene zijde voor onze voeten schijnt.”
Voor de één is dat het ervaren van iets van God, het Licht voor je voeten, iets van een andere Wereld, hemels. Psalm 105 werd genoemd, net als het gezongen “Lamp voor mijn voet” bij aanvang van de kerkdienst.
Voor de ander gaat het over vertrouwen, het vertrouwen dat het uiteindelijk om liefde gaat.
Het licht schijnt op je pad op jouw weg. Dat betekent ‘ga je weg nu maar. Het komt goed’, dachten we.

Eén van de stiltewandelaars zei: voor mij gebeurt dat nu, hier! Het bij elkaar zijn hier, het gesprek dat wij hier samen hebben. Dat ís het licht ten geleide.

Lieve mensen, de volgende stiltewandeling lopen we op vrijdag 24 januari. Voel je allemaal uitgenodigd om mee te lopen!

Vriendelijke groet!
Berta van der Kolk