Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Verslag stiltewandeling 12 december 2020

Ha stiltewandelaars en gedichtenlezers!
In deze prachtige, windstille ochtend liepen over modderige jaagpaden te genieten van de verstilde silhouetten van de bomen in de mist.

We lazen een gedicht van Willem Barnard, die we kennen als dichter van veel liederen uit het Nieuwe Liedboek.

ELIA, EEN LIED
Gij gaat voorbij. Een grote ademtocht,
Alles wat vastomlijnd leek staat te beven –
In de emotie heb ik U gezocht,
Gij waart er niet. Niets dan mijn eigen leven.
En de ontreddering ging voor U uit,
het vuur als Uw heraut vooruitgezonden –
Ik bleef alleen in mijn eenzelvigheid,
tot niemand onzer komt Gij onomwonden.
En dan, als niets meer spreekt, alles blijft stom,
achter een sluier soms, uit een stil midden
is er een stem. Gij spreekt, maar andersom:
als ik niets hoor, als ik niets weet te bidden.

Willem Barnard
Uit: Pieter Holtrop: Gij mijn God; Zoetermeer 1997, blz. 80

Geen makkelijk gedicht, vonden we het. Daarom koos ik het ook, omdat ik het op de één of andere manier erg mooi vind en dan hoop dat we er in het nagesprek van de stiltewandeling met elkaar toch grip op krijgen.
Niet alleen niet-makkelijk, vanwege de woorden die Barnard koos. Ook omdat het onderwerp lastig is: hoe ervaren wij God? En: Ervaren wij God?
Het is duidelijk dat Barnard met dit gedicht verwijst naar de roeping van Elia. Elia die God niet hoorde ineen geweldige storm, een aardbeving en vuur, maar in het suizen van een zachte stilte. Ik zoek nu thuis de passage op: In de NBV ‘het gefluister van een zachte bries’, ‘de stem van een zachte stilte’, in de Naardense vertaling.

Wat zou Barnard bedoelen met “er is een stem. Gij spreekt, maar andersom: als ik niets hoor, (..)”? Dat je God zou kunnen horen in de stilte? Manifesteert God zich in de stilte? Maar waar is het nog stil? vroeg iemand zich af. En dan wonen wij nog in een relatief stille provincie. Als Barnard letterlijk stil zou bedoelen, zou dat betekenen dat mensen in de Randstad Gods stem nooit kunnen horen.
In een klooster is aandacht voor stilte, zo vertelde iemand over bezoeken aan een klooster. Anders dan in de gereformeerde traditie waar alles wordt gevuld met woorden, zang en uitleg. In die kloosterstilte ‘voel je je dichter bij God’. ‘Er wordt iets opgeroepen’, vulde iemand anders aan.
Kun je de stilte, kun je God ook ervaren in de natuur? vroegen we ons af.  ‘Daar hoor je ook altijd iets, je hoort er altijd wel vogels. Ik hoor dat tegenwoordig als stemmen van God ‘Hier ben ik, hier ben ik, hier ben ik!’ vertelde een wandelaar met een glimlach.
We bedachten dat het ook kan gaan om stilte, verstilling in jezelf. Dat het eeuwige druk bezig zijn, of je rondtollende gedachten, de drukte in jezelf tot rust moet komen. Pas op de plaats maken. Dat je zo ruimte kunt maken voor de stilte binnenin je en dat je dan, misschien, de stem van God kunt horen. Dat die stem niet van buiten komt, niet tót je spreekt, zo zei iemand, maar van binnenuit. Daar is God.
De dichter dicht dat hij God niet in de emotie vond. Maar je kunt juist in de totale afgrond van angst en verschrikking God ervaren, vertelde een wandelaar ons. Dan kun je ervaren dat er dragende vleugels van God zijn. Dat betekent dat je wel kunt vallen, maar dat je ergens blijft voelen dat je zult worden opgevangen.
Zo meanderde ons gesprek naar de vraag wie van ons wel eens het gevoel had gehad God te ervaren. Eén van de wandelaars noemde de stilteruimte in de kerk. Daar kun je terugdenken aan wat je lief en wezenlijk was en is. Dan kun je ook iets van God voelen. Dus toch in de stilte.
Maar, zei deze wandelaar, ik geef dat niet direct het woord God, misschien meer dat je je een onderdeel voelt van de eeuwigheid of zoiets.
Een wandelaar noemt ‘liefde’ als iets waarin je God zou kunnen ervaren. Iets dat groter is dan jezelf. Niet te vatten. Zei Dorothee Sölle niet al dat je God alleen via anderen kunt ervaren?
Een andere stiltewandelaar noemde een paar keer ‘je verbonden voelen’.

En ons gesprek sloeg het zijpad in naar het zingen in de kerk. Voor sommigen voelt het samen zingen als verbondenheid. Anderen bleken dat helemaal niet zo te ervaren.
Al die gedateerde teksten! Maar je kunt toch ook genieten van de muziek van Bach en die is gezet op teksten die wij vaak allang niet meer na kunnen geloven.
En er zijn ook nieuwere teksten, zoals die van Huub Oosterhuis. (‘Die mij droeg op adelaarsvleugels….’), die meer ruimte laten, die minder of helemaal niet leunen op het zeker weten.
Maar als de teksten je niet raken, of zelfs tegenstaan, is meezingen, laat staan genieten van het zingen, gewoon onmogelijk.
Sytse de Vries stelt dat je je met het zingen van die oude woorden, dat oude vertrouwen, het geloof, je te binnen kunt zingen. Het kan inderdaad fijn zijn om die liederen te zingen, alleen al om je verbonden te voelen met de traditie en al die generaties voor je die die woorden ook zongen, zei iemand.
De ene wandelaars vertelde hoe je je emoties helemaal kunt laten meevoeren op muziek zelf, de ander bleek daar juist niet van te houden.

Nog even terug naar het gedicht.  “Ik bleef alleen in mijn eenzelvigheid,”. Deze tijd van corona, maakt eenzelvig, vertelde één van de wandelaars. Zeker als je alleen woont en daardoor “ontredderd”, zoals in het gedicht. Er zijn minder mensen op straat, je komt daardoor minder mensen zomaar vanzelf tegen en áls je iemand ziet herken je ze vaak niet door het mondkapje. Deze tijd werpt je terug op jezelf. Maakt echt eenzaam.

Ik vind het mooi dat we zo tastend (in de mist…) zochten naar woorden voor ervaringen waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Maar we zochten ze toch, om het te delen met elkaar.

En ik zie nu de zin “Alles wat vastomlijnd leek staat te beven” naast de vage contouren van de bomen op de foto’s. De sluier van de mist.
We weten het niet zeker. “Twijfel is ook een kwaliteit in het leven” werd Aboutaleb gisteren in Trouw geciteerd.

Lieve mensen, er volgt nog één stiltewandeling in 2020 en wel volgende week vrijdag 18 december. Wie weet tot dan!
Vriendelijk groet!
Berta van der Kolk