Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 2 december 2022

Ha stiltewandelaars en liefhebbers van gedichten!

Winter. Zo voelde het aan vanochtend. Meer dan twee graden gaf de autothermometer niet aan en daarbij woei een snijdende wind. Maar de wandeling is voor een groot deel in de luwte en zelfs grijs is het landschap mooi.

We lazen een gedicht van Patrick Conrad:

I/1

Droefheid heeft de kleur van de blik
die we werpen op een onderworpen wereld
waar opnieuw het wildemanskruid woekert
aan het einde van het zoute strand.

Kom in het water,
geniet van het geklater
en laat voor later
de dood en haar schrikwekkend geschater.

Sla mijn weg in,
kruip in mijn huid,
leg je neer in mijn tochtig theater
en slaap zacht in het haar van de nacht.

Kijk door mijn ogen,
dans door mijn dromen,
droom dat ik dans
en dans met me mee tot in zee.

Roep mijn naam,
raak me aan!

Neem me voor wat ik ben!
Neem me bij de hand
en schrijf nu ik mij nog herken
mijn naam naast de jouwe neer in het zand.

Patrick Conrad; uit: Oude, koude nachten,

memoires in 100 gedichten (2022 )I EEN KIND

We gingen aan de slag met het gedicht in Het witte huis in Zeegse, getrakteerd op koffie mét door één van de stiltewandelaars.

Prachtig gedicht!, vonden we. Maar we kregen er niet zo gemakkelijk grip op.

Eén stiltewandelaar vertelde dat “een onderworpen wereld” haar erg raakte. Ze dacht aan de oorlog in Oekraïne en ook aan hoe slecht het Molukse volk op de Molukken eraan toe is. Daar past het woord “onderworpen” wel bij, zei ze, want zij zijn bewust klein gehouden. Arm, verstoken van goede medische zorg en onderwijs.

“Droefheid” werd door de wandelaars geassocieerd met machteloosheid over het onvermogen van mensen. Over wat mensen elkaar aandoen. Dat woekerende wildemanskruid staat voor de beschaving die afkalft, dachten we. Het laagje vernis eraf. Waarschijnlijk koos Conrad deze plant vanwege het woord. Want, zo vonden we op internet, het wildemanskruid is een mooi, poezelig bloempje. Het beeld van het “zoute strand” lijkt de droefheid alleen maar te versterken. Zout bijt en doet denken aan zoute tranen.

Maar dan stapt de dichter af van deze stemming. De volgende strofe heeft iets vrolijks met vrolijke rijmklanken. In het water zijn kan kalmerend werken. En het gaat om het nu. Met de dood wil hij zich nu niet bezighouden. Is iets voor later.

Maar daarbij kan hij het niet alleen af. Iemand wordt aangesproken die hem moet helpen. Hij smeekt het haast, zei een wandelaar. Iemand vond het lijken op het bezweren van de angst, die uit de eerste strofe spreekt, om niet kopje onder te gaan.

De sprekende persoon uit het gedicht wil gezien, erkend en gekend zijn. Door wie? Door een geliefde? Door een vriend? Door God? Dat laatste leek ons inlegkunde van ons, maar de taal van de laatste drie strofe roept die associatie wel op. Schreef Jezus niet in het zand? Is het noemen bij de naam in de Bijbel niet van groot belang? “Neem me voor wat ik ben!”: het lijken wel regels uit een psalm.

“Kijk door mijn ogen”, is haast Huub Oosterhuis…

Wat zou bedoeld worden met “nu ik mij nog herken”?

Is de “ik” aan het dementeren, kinds aan het worden? Als een kind aan het worden, dacht iemand? En roept dat angst op, gebrek aan houvast? Of raakt hij zichzelf op een andere manier kwijt? Eén van de stiltewandelaars noemde het ‘ontheemd’. Ze dacht aan mensen die in een AZC verblijven. Zij zitten in zo’n beklemmende situatie, dat zij – letterlijk ontheemd – zich afvragen ‘wie ben ik nog’? En niemand kent hen. Gekend worden is zo belangrijk. Een wandelaar memoreerde het bekende gedicht van Neeltje Maria Min ‘Mijn moeder is mijn naam vergeten’. Hoe moet ik mij geborgen weten?, dicht zij. En daarna: Noem mij, bevestig mijn bestaan.

Eén van de stiltewandelaars vertelde dat je je zo kunt voelen als je nieuw in een plaats komt wonen. Jij kent niemand en niemand jou. Dan kun je jezelf ook wat kwijtraken. Hoe blij kun je dan zijn als iemand je dan na verloop van tijd groet. “Nu kom ik toch een beetje thuis’, zo voelde dat toen.

We begrepen niet alles van het gedicht. Waarom wisselt de dichter een paar keer van perspectief? En wat betekent “leg je neer in mijn tochtig theater”? Die strofe gaat over het lichaam, dacht een wandelaar. Met huid en haar bezit van iemand nemen. Opgaan in elkaar, lijkt het wel. Er is haast geen verschil meer tussen de één en de ander. Dat gevoel bekruipt je ook in de volgende strofe. Zelfs de dromen lopen in elkaar over.

Jullie meelezers, mogen er thuis je hoofd ook nog eens even over breken!

Lopen jullie dit jaar nog een stiltewandeling mee? Dat kan nog op woensdagochtend 14 december.

Ik ben van plan de stiltewandelingen de eerste helft van 2023 nog een kans te geven, hoewel het aantal wandelaars vaak maar klein is. Maar ook met weinig wandelaars kun je fijn stil wandelen en goede gesprekken hebben na afloop. Alleen wordt het wat kwetsbaar. Zolang ik niet mee kan wandelen (ik fiets tijdens de stiltewandeling een rondje) moeten er tenminste twee opgaven zijn.

Intussen een leuke Sinterklaas gewenst en wellicht tot de 14e!

Vriendelijke groet!

Berta van der Kolk