Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 20 september 2019

Ha stiltewandelaars en liefhebbers van gedichten,

Een warme, zonnige ochtend in september! De kleuren al een beetje herfstig. Nauwelijks vogelgeluiden.

Het grote maísveld is nu bedekt met klaver en langs de randen bloeien korenbloemen, klaprozen en zonnebloemen.

We liepen met een gedicht van Theo van Baaren:

 

Mozart moet je in september spelen
in het voorgevoel van herfst en winter.
Het is nog warm en zonnig in de tuin,
nog vol van bloemen die insecten lokken,
maar de nachten zijn allang gaan lengen.
En het eerste blad begint te kleuren,
al staat de kamperfoelie ( tweede bloei )
nog bedwelmend in de haag te geuren.

 

Mozart moet je in september spelen
(het klinkt naar lente, maar het is al herfst):
uitbundigheid, het voorspel van de vorst.
Geen maand is zo vol schoonheid als september,
maar het is glorie die zijn eind verwacht:
uit morgennevel wordt nog zon geboren,
maar wat er binnenkort staat te gebeuren
kun je ’s avonds in de wind al horen.

 

 

Theo van Baaren (1912-1989)

uit: Trommels van marmer (1986)

 

De stiltewandelaars vonden het gedicht over het algemeen melancholiek. Iemand werd er zelfs droevig van.

Er zit een gevoel van afscheid in. Nu nog is het nog warm en vol kleur, maar straks komt daar een eind aan.

De associaties waren eerst vooral aan de jaargetijden zelf gekoppeld. Een aantal van ons kent het gevoel melancholie als de herfst eraan komt. Zo jammer dat de zomer, de kleuren, de lange dagen, de warmte straks weer voorbij zijn. De één ervaart dit in september, een ander al half augustu , nog een ander voelt al weemoed als op 21 juni de dagen alweer korter gaan worden. Wat duurt het nog lang voordat de lente weer komt!

Iemand ging in gedachten met de dichter in discussie en wees hem, en de melancholici onder ons, op het feit dat er in de herfst ook tekenen van hoop zijn. Zaaien planten en bomen, zich niet juist dán uit?

Anderen kenden de weemoed bij de herfst niet. Die vinden de herfst vooral prachtig. En zien niet op tegen de naderende winter: ‘Ik vind de winter ook zo mooi!’.

 

Even later werd er een tweede laag aangeboord en werden de seizoenen een metafoor voor het leven. Als je zelf (net als de dichter ook) ouder bent geworden en zoals dat heet, in de herfst van je leven bent aangekomen, kun je de beelden uit het gedicht wel aanvoelen. Door iets bijzonders te beleven of te ondernemen kun je weliswaar het gevoel van “uitbundigheid” (tweede strofe derde regel) herkennen.: ’nog even opbloeien’. Maar je bent je bewust van je eindigheid. Hoeveel lentes zul je nog beleven? Of staat de periode van “de vorst” (tweede strofe, tweede regel) al voor de deur? Je perspectief wordt anders. De zin “maar wat er binnenkort staat te gebeuren” (één na laatste regel), vond iemand in dit verband behoorlijk dreigend klinken.

 

Maar de herfst is toch ook zo mooi? Zo beschrijft de dichter het en zo benoemden de wandelaars het ook. De dichter echter, weeft door die mooie herfstbeelden slinks een aantal tegenstellingen heen. Voorafgegaan door “maar”: “maar de nachten zijn allang gaan lengen” en “maar wat er binnenkort staat te gebeuren”. En ook het gebruik van “nog” in “uit morgennevel wordt nog zon geboren”, geeft aan dat het straks uit is met de pret.

Een wandelaar vond overigens dat de beschrijving van de herfst in het gedicht niet overeenkwam met hoe hij het landschap vanochtend had ervaren. Namelijk helemaal niet zo uitbundig. Het riep eerder verstilling op, soberheid en inkeer. En het wás ook een stille ochtend. Je hoorde geen vogels, zag geen insecten en de kleuren van het boomblad waren eerder stoffig dan vol kleur.

 

Voor een aantal stiltewandelaars is september geen uitbundige maand, omdat de maand vol zit met beladen data. Dagen waarop een geliefde overleed, waarop een dierbare een ernstige ziekte kreeg.

Jarenlang kun je diezelfde dagen in september weer overvallen worden door je verdriet. En soms kun je dat verdriet jaren later nog heviger ervaren dan kort na het verlies zelf. En mag dat verdriet er dan zijn? Van jezelf? Hebben anderen er dan nog ruimte voor? Kunnen ze jouw verdriet er dan laten zijn, zonder dat in de reflex te schieten van het te willen oplossen?

 

Eindelijk kwam ook Mozart aan bod in ons gesprek. Moet je Mozart in september spelen, omdat zijn muziek vaak zo licht is, zo parelend, dat het je weemoed verdrijft?

Of zit in de muziek van Mozart, ondanks de lichtheid ervan, al iets van het einde, is het het “voorspel van de vorst”. Symboliseert de muziek daarom de weemoed van september? Omdat Mozart zelf zo uitbundig leefde, componeerde, maar vroeg stierf?

Dit verschil in betekenis komt duidelijk naar voren als je het accent in de eerste zin verlegt, zo ontdekte een wandelaar. Leg eerst maar eens de nadruk op “Mozart” en daarna de nadruk op “september”.

Iemand anders wees ons erop dat in Mozarts composities de zinnen vaak in elkaar overlopen. Net zoals in het gedicht, waarin de herfst en de winter niet zo duidelijk te onderscheiden zijn.

 

Ikzelf heb dit gedicht gekozen voor de stiltewandeling, omdat het naar mijn gevoel aansluit bij het thema van de startzondag van de Adventskerk (29/9) ‘Kome wat komt’.

‘Kome wat komt’ een aansporing die ikzelf regelmatig goed kan gebruiken als ik weer eens beren op de weg zie, vaak lang van tevoren…

Ik zou níet mee willen gaan met het dreigende gevoel van het gedicht. Ik wil meer genieten van het mooie van de herfst, zonder me er steeds van bewust te zijn dat de winter in aantocht is. Ervaren wat er nu is, genieten van wat er nu is. En dán? Kome wat komt!

 

Lieve mensen,

We beleefden een prachtige wandeling en een bijzonder, open gesprek na afloop.

Wie het ook eens wil meemaken, de eerstvolgende stiltewandelingen zijn gepland op woensdagochtend 9 oktober en vrijdagochtend 25 oktober.

Wellicht tot dan!

Vriendelijke groet!

Berta van der Kolk