Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 25 januari 2019

Ha stiltewandelaars en gedichtenlezers,

Min 7 gaf de autothermometer aan! Kun je na gaan wat de gevoelstemperatuur was in de wind. Maar was wat het mooi om door de witte wereld te wandelen.

Ik had een prachtig gedicht aangereikt gekregen waar in de sneeuw een rol speelt

vandaag is de wereld in winter gekleed…

vandaag is de wereld in winter gekleed 
een vogel vliegt verdrietig door het sneeuwen 
en buiten wacht de kou 

ik ben vergeten om de herfst te huilen 
ik heb niet gejuicht in de lente 
mijn plezier om de zomer niet uitgebuit

 

misschien is de aarde wel omgerold 
is de poolgrens verlegd 
toen ik sliep

 

alles wat waar is is anders geworden

 

wie ben ik nog? 

 

Mischa de Vreede 

Uit: Met huid en hand, 
uitgeverij Holland, 
(Windroosreeks) 1959

 

Wat prachtig, zoals de dichteres met het beeld van een wereld bedekt met sneeuw, aangeeft hoe je leven er opeens heel anders uit kan zien.

Iedereen weet hoe je ’s ochtends verrast wordt als het ’s nachts heeft gesneeuwd, omdat de wereld er dan zó anders uitziet. Verrast en meestal opgetogen als een kind. Maar in dit gedicht geen opgetogenheid. Want “een vogel vliegt verdrietig door de sneeuw” en “buiten wacht de kou”.

 

De “wereld in winter gekleed” ziet er in elk geval heel anders uit dan anders. Het verbeeldt hoe je naar diezelfde wereld heel anders kunt kijken. Of liever, hoe diezelfde wereld er totaal anders uit kan zien voor jou.

Komt dat omdat door sneeuw van alles bedekt wordt? Details onzichtbaar worden? Alleen de grote lijnen zichtbaar blijven, de essentie misschien?

Hoe je daardoor van je sokken kunt worden geblazen. Zó sterk verwoordt in dit gedicht, dat het wel een bekering lijkt, zei iemand. Of, als je wat allergisch bent voor dat woord, een ommekeer, vulde een ander aan. De dichteres gebruikt daarvoor krachtige beelden: “aarde omgerold”, “poolgrens verlegd”.

 

Het kunnen grote gebeurtenissen zijn, waardoor je het gevoel kunt hebben, dat opeens je ogen worden geopend. Bijvoorbeeld als iemand sterft waarvan je hield. Je kunt dan het gevoel hebben dat het leven voor die tijd wat langs je heen is gegleden, dat je toen wel dingen beleefde, maar dat de emoties van toen niet meer passen op het nu. Je kunt zelfs het gevoel hebben toen niet geleefd te hebben. “toen ik sliep” geeft dat goed weer.

En dan vraag je je af wie je nog bent, of wie je eigenlijk bent. Je moet jezelf opnieuw uitvinden.

En je kunt ook wel eens vaker, bij kleinere gebeurtenissen in je leven, ervaren dat je opeens wakker wordt geschud. Dat je beseft aan dingen voorbij geleefd te hebben. En dat doet ook wat met hoe je kijkt naar jezelf. Je komt bij stukje een beetje anders in het leven te staan.

 

Voor mij zit er iets heel melancholieks in het gedicht. Of misschien sterker, verdriet.

Het beeld van de seizoenen, die met hun lente- en zomerpracht langs je heen zijn gegaan, is zo mooi gevonden. Je hebt niet gejuicht en je plezier niet uitgebuit. Wat jammer! Spijt!

Een wandelaar maakte ons erop attent dat er met het beleven van de herfst iets anders aan de hand is in het gedicht. Er staat “Ik ben vergeten om de herfst te huilen”. Om de herfst te huilen.

Dat kan betekenen dat je hebt nagelaten te huilen om de vergankelijkheid. Of ‘om het loslaten’, zei een ander. Want voor vergankelijkheid en loslaten kan de herfst heel goed een beeld zijn. Dat je het pas beseft als het al aan de gang is, dat vergaan.

 

Iemand anders ervaart het hele gedicht in het licht van vergankelijkheid. Als je de seizoenen beschouwt als seizoenen van het leven.

In alle andere seizoenen van je leven had je nog perspectief, toekomst, maakte je allerlei plannen. Maar als je aangekomen bent in de winter van je leven, dan vraag je je af, of je die eerdere seizoenen wel zo intens hebt beleefd? En dan ga je denken ‘Dat was mijn leven. Wat beteken ik nog? Wat ben ik nog? Wie?’. Iemand verwoordde het als ‘je identiteit wordt vloeibaar’.

Nog een wandelaar herkende dat beeld van het voorbij laten gaan van de seizoenen, van het ze niet beleven, uit een periode van depressie. In een depressie neem je wel waar, maar je voelt er niets bij.  Alle seizoenen, letterlijk ook, dringen niet tot je door.

 

“Alles wat waar is is anders geworden”. Zoals hierboven als gezegd, je ogen zijn geopend, je bent wakker geschud en je kijkt anders tegen “alles” aan. Het “ware” of de “waarheid” is niet veranderd, zeiden we, maar je blik erop is anders, je beleeft het anders.

Tot slot een aanvulling van een wandelaar.

Dat een besneeuwd landschap gekozen is als niet zo’n positief beeld, terwijl wij over het algemeen een besneeuwd landschap mooi vinden en dwarrelende sneeuw leuk (afgezien van vooruitzichten van geglibber en valpartijen natuurlijk), komt wellicht doordat de dichteres afkomstig is uit het voormalig Nederlands-Indië.

 

Lieve wandelaars: Bedankt voor jullie openhartige inbreng, en meelezers: dank voor jullie belangstelling!

De volgende stiltewandeling is: woensdagochtend 6 februari

 

Vriendelijke groet!

Berta van der Kolk