Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Verslag stiltewandeling 26 juni 2020

Lieve stiltewandelaars en gedichtenlezers,

Vandaag liepen we rechtstreeks vanaf de Adventskerk een mooie, groene wandeling, uitgezet door Martien en Klaas Pieter. Stralend zonnig en al flink warm, maar door het windje was het toch heerlijk om te wandelen. De boerenzwaluwen scheerden over de weilanden en in de sloten en het laag staande diepje zagen we al bloeiend pijlkruid, gele plomp en zelfs een enkele zwanenbloem. We liepen met een gedicht van de Portugese dichter Fernando Pessoa:

Voorbij de bocht in de weg
ligt misschien een plas, en misschien een kasteel
En misschien alleen de voorzetting van de weg.
Ik weet het niet en vraag het niet.
Zolang ik op de weg loop en voor de bocht
kijk ik naar de weg slechts voor de bocht,
want ik kan niet anders zien dan de weg voor de bocht.
Ik zou er niets aan hebben naar een andere kant te kijken
en naar dat wat ik niet zie.
Laten we ons houden bij de plaats waar we zijn.
Er is schoonheid genoeg in hier zijn en niet ergens anders.
Als er mensen zijn voorbij de bocht in de weg,
laten die zich dan maar bemoeien met wat er is
voorbij de bocht in de weg.
Die weg is voor hen de weg.
Mochten we daar ooit komen,
dan zien we wel als we daar komen.
Voorlopig weten we alleen dat we daar niet zijn.
Hier is slechts de weg voor de bocht, en voor de bocht
is er de weg zonder enige bocht.
 
Fernando Pessoa
Vertaling Philip van Rijthoven

In een kring op tuinstoelen, in de schaduw van de kastanjebomen bij de kerk, bespraken we het gedicht. En bespraken we al gauw hoe het ons verging in deze tijden van corona en versoepeling van maatregelen. Daar bleek het gedicht namelijk aan te raken.
Het gedicht lijkt haast wel een aanmoediging om deze zomer hier in ons Nederlandje op vakantie te gaan. We gaan deze tijden van het heus nog niet uitgeraasde virus immers niet gelijk de wereld over naar verre oorden.
We spraken erover hoe we in de periode van lockdown weer preciezer zijn gaan kijken naar wat voor moois er allemaal voor onze voeten is, vlakbij huis. We waardeerden het opeens veel meer. We hoeven niet per se voorbij de bocht te kijken, er ís hier al zoveel schoonheid. “Schoonheid genoeg in het hier zijn en niet ergens anders”. Onze wandeling, gewoon vanuit de kerk, illustreerde deze zin uit het gedicht nog eens extra.
We wisselen uit, hoe erg het ook is dat er zoveel mensen zo vreselijk ziek zijn geworden, eraan zijn overleden, hoe mensen financieel aan de grond zijn geraakt, vereenzaamd en nog veel  meer ergs, dat we de periode van lockdowm ook ‘heerlijk’ hebben gevonden. Het leven was veel rustiger. Veel minder prikkels. We hoefden veel minder. Er was minder te willen en minder te missen.
Natuurlijk misten we de musea, de films en vooral onze geliefde familieleden en vrienden – de verbinding viel weg- maar het gaf ook rust.
Het betekent, zei iemand, dat je je liet leiden door wat er is, door wat er aangeboden wordt, door wat er van je wordt verwacht. Deze tijd gaf je de kans te ervaren wat je nu eigenlijk vanuit jezelf wilt. Waarom maakte ik me nou altijd zo druk over van alles? Wat blijft daar van over als alles wegvalt? Dat kan heel confronterend zijn. Zeker als je alleen woont, zonder de afleiding en invulling van anderen, zoals van kinderen die opeens thuis school volgen. Dan komt aan het licht wat er echt toe doet voor jou. Je komt meer bij de kern van jezelf, zei die wandelaar, en nu het leven weer wat losser wordt is het zaak om steeds weer even te checken of je je niet weer laat meevoeren door impulsen van buitenaf.
Je over van alles druk maken kan ook gemakzuchtig zijn, zei een andere wandelaar, namelijk omdat het je dagen kan vullen, en je leegte, zonder voor jezelf de vraag te antwoorden: wat voel en wil ik nou eigenlijk zelf. Ook als je heel ziek bent geweest kun je hier weer eens flink bij bepaald worden. Wat is nu echt van waarde voor mij?

Het gebied voor de bocht kunnen we overzien. Daar hebben we vaak onze handen vol aan. En we ontdekten nu hoeveel schoonheid daar schuilt. Ja, zei één van de wandelaars, maar bedenk dat het niet alleen om schoonheid gaat in het hier zijn, er is ook lelijkheid. De lastige dingen van het leven. Het is wat het is. Ook daar moet je niet van weglopen. Het hoort erbij. Je moet het aangaan en ook daar de waarde van inzien. ‘Dat is nou levenskunst’, zei een ander.
Die bocht maar even de bocht laten “Mochten we daar ooit komen, dan zien we wel (…)”, daar is vertrouwen voor nodig. Loslaten en erop vertrouwen dat je het aankunt. Zelf als je bij “voorbij de bocht in de weg” denkt aan ‘zien voorbij de dood’, zoals iemand het uitdrukte.

Als de periode van het virus ons íets kan leren is het wel dat wij geen grip hebben op alles, dat we niet alles beheersen en naar onze hand kunnen zetten. ‘In wat voor land willen wij wonen achter de bocht’, verzuchtte een wandelaar.
Hoe betrokken we ook zijn, en hoeveel we ook zouden willen verbeteren in de wereld en om ons heen, het is van belang dat we accepteren dat wij niet alles in de hand hebben. We zouden energie moeten steken in waar we wél invloed op hebben, dát geeft plezier en voldoening, zo paste iemand het idee van de ‘cirkel van invloed’ van Covey toe op deze tijd.

Tenslotte het slot van het gedicht. Hoezo is er geen bocht in de weg voor de bocht? ‘Als je echt in het hier verblijft, zei iemand, is er geen weg en geen bocht meer. Dan valt dat weg.’ Een ander vulde aan: ‘Dan is de weg een plek.’.

We hebben nog veel meer gezegd en gedeeld naar aanleiding van dit gedicht, maar ik smelt hier op zolder achter de computer bijna weg en het verslag is ook al meer dan lang genoeg.

Waar jullie ook zijn deze zomer, hier of toch voorbij welke bocht dan ook: ik wens jullie veel genieten toe!

Ik ben van plan in september weer verder te gaan met de stiltewandelingen. Hoe en waar? Dat ligt nog voorbij de bocht.

Lieve groeten,

Berta van der Kolk