Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Verslag alternatieve stiltewandeling 28 januari 2021

Ha mensen,

Wat een mooie dag om samen, over liever: tegelijk, een stiltewandeling te lopen: sneeuw! Hoewel het om half tien al flink dooide, zag de wereld er toch nog anders uit. De sneeuw lag nog op de elzenpropjes, maar de hazelaar bloeide al!

Een paar mensen liep de stiltewandeling en praatte na over het gedicht via Zoom. Hun foto’s tref je aan bij deze terugblik.

Anderen hadden geen gelegenheid om ook mee te zoomen of deden dat liever niet, maar die liepen vanochtend ook mee.

Een aantal anderen heeft aangegeven dat hun de woensdag niet goed uitkomt. Ik koos voor de woensdag, omdat ik dan gebruik kan maken van de betaalde zoom via Joosts werk. Die is beter beveiligd en daarmee mag je langer zoomen dan de 40 gratis minuten.

Ik denk erover om de volgende keer toch een keer de vrijdag te kiezen en dan gratis te zoomen. In 40 minuten, zo bleek vanochtend, kun je al heel wat bespreken.

Ik koos het gedicht “Lux aeterna” van Antjie Krog. Nu eens geen gedicht dat zou kunnen slaan op hoe we ons overeind kunnen houden in tijden van voortdurende corona, maar eentje gericht op een andere urgentie. Eentje waar ook Biden gelukkig al weer energie in steekt!

8 Lux aeterna

want dit is natuurlijk onze verzuchting:
om tot inzicht te komen:
ik ben de bedelaar
ik praat leeuws
ik sneeuw
ik ben de boom waar de zaag tegen schreeuwt –

 

licht, licht moeten we op de aarde leven
en zacht omgaan met elkanders hoornvlies
elkanders oerstof en adem
     – kleine jasmijntenten zijn we: nijver en versnikt door wind –

 

GEMEENTE
Onze Broze Aarde die zich onder het universum uitstrekt,
laat Uw Bestaan ons heilig worden,
laat ons U zien als een koninkrijk,
laat ons goed voor U zorgen,
voor Uw oppervlak
als ook voor Uw diepten.
U geeft ons elke dag
ons dagelijks licht, getemperd water, fotosynthese en brood
maar onze vervuiling kunt U niet vergeven,
ook niet hoe we elkaar mishandelen en vernietigen;
leid ons in de verzoeking om U boven alles lief te hebben
U te verlossen van alle etterende ontering.
Want U behoort dit punt in het heelal
en zijn kracht, zijn overvloed en zijn heerlijk evenwicht tot
in de oneindigheid.

 

 

O vergeef ons onze schulden
en wees ons genadig.

 

 

PRIESTER
Ga heen in vrede en verheerlijk de Broosheid van het Leven.
Ga heen en verkondig de hymne van Water,
het rentmeesterschap over de Aarde en alles wat daarin, daarop en
     daaruit duurzaam bestaat.
Ga heen, word Verzorgers van de Aarde en tors het Juk van Kostbaarheid.

 

Amen

 

adem … adem … adem … adem … adem …adem …

Het gedicht komt uit de bundel “Broze Aarde; Een mis voor het universum” De ondertitel luidt in het Zuid Afrikaans: “ ’n Misorde vir die Nuwe Verbond”. Het heeft de vorm, de opbouw in delen, van een requiem. Lux aeterna is het laatste deel.

De vorm van het requiem lijkt te suggereren dat de Aarde al dood zou zijn, maar dat blijkt in heel de bundel en ook in dit deel toch niet zo te zijn. Hoewel één van de stiltewandelaars het zo toegankelijk en zo mooi vond -vooral de eerste twee strofen- dat ze het haast wel zou willen laten horen op haar eigen uitvaart.

Daarin geeft de dichteres aan dat wij allemaal alles zijn. Zowel de kwetsbare bedelaar als de sterke leeuw. En ook de sneeuw (!) en de boom die wordt omgezaagd. Wij zijn allen natuur, alles en iedereen is met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk. De mensen, de dieren, de planten, het klimaat.

Daarom moeten we “licht” leven op deze aarde. Licht in de zin van niet zwaar, met een geringe voetafdruk. Maar ook “licht leven”, met het accent op het woord licht. Zelf het licht leven, licht zijn voor elkaar en de aarde, zo verwoordde een wandelaar het. En daarom ook “zacht omgaan met elkanders hoornvlies”. Dat gaat over de blik van de ander, hoe die kijkt. Dat je daar op een zachte manier mee omgaat en erbij aansluit. Net als met “elkaars oerstof en adem”. Dat doet me denken aan de “aarde” waaruit God de mens boetseerde in het scheppingsverhaal en dat hij/zij ons de adem inblies. Zo heilig is die adem en dat oerstof van de ander. Bedoelt Antjie Krog misschien dat?

We blijken “kleine jasmijntenten”. Bloeiende tenten. In een tent kun je zelf schuilen en anderen kunnen bij jou schuilen, maar het is volgens ons wel een kwetsbaar geheel. Ik zocht de betekenis van de bloem nog even op: de naam is afkomstig van het Perzische Yasmin, dat ‘geschenk van God’ betekent.

Het deel onder GEMEENTE is een soort parafrase van het Onze Vader. “Onze Broze Aarde” staat hier in de plaats van Onze Vader. Die wordt aangeroepen. Maar het is geen gebed waarin van alles wordt gevraagd, lijkt ons, want alles is er al: dat “koninkrijk”, “ons dagelijks licht, getemperd water, fotosynthese en brood”.

Alles is er al. Je hóeft er niet om te vragen. We moeten er alleen wel goed voor zorgen. Er zuinig op zijn. Het oude woord “rentmeesterschap” duikt aan het eind van de tekst zelfs op.

Het gedicht is als het ware een mix van dankbaarheid aan die Broze Aarde en een belofte aan onszelf om voor haar te zorgen.

Wat we al hebben verpest aan de Aarde en elkaar is al haast onomkeerbaar. Zou er daarom staan “onze vervuiling kunt U niet vergeven, ook niet hoe we elkaar mishandelen en vernietigen;”?

Toch eindigt het gebed met “O vergeef ons onze schulden en wees ons genadig.”. Is het toch vergeefbaar? Krijgen we een tweede kans? Kunnen we opstaan en opnieuw beginnen?

Het is gewoon de realiteit, vonden we: kwetsbaarheid én sterkte (bedelaar en leeuw), zorg én vernietiging. Alles hoort bij het leven. De broosheid van mensen in tijden van dodelijke virussen én de kracht van jongeren die het klimaat en de aarde willen verduurzamen, behouden.

Dat is, dachten we, “onze verzuchting” (eerste zin). Dat we al die tegenstelling in ons dragen en we ermee moeten omgaan.

Onze opdracht, die we meekrijgen van de priester in het gedicht, is die van “Verzorgers van de Aarde”.

De Kostbaarheid van de Aarde, van alles, is een Juk. Best een heftige zin. De ‘smalle weg’ werd het in ons nagesprek genoemd. En ook de yolo-mentaliteit (you only live once) kwam ter sprake, die die zorg in de weg staat. De neiging de aarde te gebruiken, te verbruiken, het denken louter in nut en efficiëntie en dat het ‘leuk’ moet zijn, dat gaat in tegen zorgzaam omgaan met het kostbare dat ons omringt en dat we zelf zijn. Daar goed mee omgaan is niet makkelijk, dat kan voelen als een juk. We spraken over het op waarde schatten van wat er is en niet steeds iets nieuws willen. De coronatijd traint ons al een beetje. We kunnen nu niet steeds nieuwe kleren kopen, de wintermode blijft hangen in de winkels. Kunnen we die gewoon volgend jaar als ‘in de mode’ kopen? Of sowieso tweedehands kleding, meubels, spullen meer waarderen?

Zodat die Broze Aarde “tot in de oneindigheid” in “heerlijk evenwicht” blijft. Aeterna.

Mensen, ik ben benieuwd wat jullie nog hebben beleefd aan het gedicht of jullie gewandeld hebben. Misschien zien jullie het zitten om de volgende keer live mee te praten via het scherm. Dat ging echt heel soepeltjes.

Volgende maand nodig ik jullie weer uit voor een alternatieve stiltewandeling. Er vanuit gaande dat we dan nog niet in een groep of groepjes samen mogen wandelen, laat staan nabespreken.

Wie weet tot dan!  Vriendelijke groet! Berta van der Kolk

Foto’s van Berta, Irene en Willeke