Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 29 november 2019

Ha stiltewandelaars en gedichtenlezers!

De regen kwam (net toen we begonnen te wandelen) en ging. De zon kwam daarna en blééf! En toen we naar huis reden zagen we een heldere regenboog.

Het wordt langzaamaan winters. Ook de eiken hebben eindelijk hun blad verloren.

EB

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigend eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

 

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

 

Vasalis

(uit:  Vergezichten en Gezichten; 1954)

 

 

 

 

Wat een knap gedicht. Met zo weinig woorden zulke sterke beelden oproepen en zoveel om over te praten!

De beelden geven een gemoedstoestand weer, een emotionele stemming, vonden we. Hoe is dat, als je je voelt als “eb”?

De meningen waren hierover verdeeld.

Aan de ene kant zou je kunnen zeggen dat het een stemming is met een positieve lading. En een positieve uitkomst.

Als je je terugtrekt en wacht, kan dat zijn je terugtrekken uit een moeilijke situatie. Het is vaak niet wijs direct te reageren. Je kúnt niet eens direct reageren. Je moet wachten, een pas op de plaats maken en de tijd hebben om woorden te vinden. Het moet eerst bezinken. Rijpen.

Die toestand wordt verwoord met het beeld van “eb”. Iemand zei, dat eigenlijk ‘dood tij’ het nog beter zou verwoorden. Het lijkt dood, alles lijkt stil te staan, maar er komt weer leven, er komt weer vloed.

Net zoiets als de beweging in de Adventstijd. En de graankorrel die dood in de aarde lijkt. Wachten. En in dit gedicht is het niet een beetje wachten, maar “een oceaan van wachten”. Een beeld dat herinnert aan de uitdrukking ‘zeeën van tijd’.

Anderen vonden het ebgevoel, dat wachten, niet bepaald een positief gevoel. Soms houd je je duistere emoties of je ergernissen binnen en wacht je te lang met ze uit te spreken. Als die emoties dan gaan optellen kunnen ze aanzwellen tot een onstuitbare vloed. En dan zijn ze niet meer te beheersen. Kunnen ze schade aanrichten.

Anderen herkenden in het terugtrekken en wachten zichzelf in een tijd van overbelasting en burnout. Een depressieve periode. Het “Zuigend eb van het gemoed” is dan absoluut een naar gevoel. Je kunt vervolgens niet anders dan gehoor geven aan dit signaal en jezelf stilzetten, wachten. Het uithouden.

Enkele wandelaars wisten dat de dichteres toen ze dit gedicht schreef zelf depressief was.

 

Maar dat hoeft ons er niet van te weerhouden het wachten toch ook als een positieve houding te zien. Het mooie is ook dat in de tweede regel staat “Dit is de tijd die niet verloren gaat”. Het is niet voor niets. Er spreekt vertrouwen uit. En met het beeld van eb en vloed, neemt het vertrouwen nog meer toe. Er is een tijd van eb en een tijd van vloed. En vandaag: Er is een tijd van regen en een tijd van droogte. En een tijd van komen en een tijd van gaan. Nare periodes die komen, maar ook weer gaan. Je moet wachten, kunt het niet versnellen, je moet het uithouden.

Je kunt erop vertrouwen dat het wachten niet voor niets is, dat het goed komt. Je leert van alles in je leven. Nieuwe manieren van kijken, van doen. Maar soms zuigen en trekken oude patronen nog aan je. Maar dat gaat voorbij, dat vertrouwen mag je hebben.

Je terugtrekken kun je ook zien als je verantwoordelijkheid nemen, zei een wandelaar, voor wat er binnenin je speelt. Dat is niet per se altijd leuk, maar ook niet per definitie somber. Het is gewoon soms nodig en goed. In je leven zul je steeds weer door eb- en door vloedperiodes gaan. Je verzet je niet, maar wacht. Het komt tóch.

En het gaat ook weer.

 

Ondertussen speelt tijd in dit gedicht een grote rol. Of géén tijd? Duurt het wachten voor je gevoel oneindig lang? Tikken de minuten één voor één weg? Of leef je in “ ’ t ogenblik”, een eeuwig nu? “waterdun omhuld”? Er staat de tijd, zei iemand. Niet zomaar ‘tijd’, nee, een afgepaste hoeveelheid. Er komt een eind aan. Dat ziet de dichteres al hier, terwijl ze nog in de tijd van terugtrekken en wachten verkeert.

 

Onze wandeling langs de beek illustreerde het gedicht. Het water was hoog gestegen en zat vol kleine, zuigende draaikolkjes, die samen hier en daar een grote draaikolk vormden, maar die allemaal samen meegevoerd werden door de stroom van de beek. Allemaal kleine wereldjes mee in de grote stroom, zei iemand. Het leek ons eigen leven wel.

 

Deze water- en tijdbeelden, eigenlijk heel het gedicht, roepen associaties op met zwangerschap, vonden we naarmate ons gesprek vorderde. Een kind in de baarmoeder, door het vruchtwater omhuld. Kwetsbaar, maar beschermd en wachtend totdat het tijd is. “de tijd die niet verloren gaat”. En zo waren we weer bij Advent.

 

Lieve stiltewandelaars en lezers van deze verslagen,

De laatste twee stiltewandelingen van dit jaar zijn:

Woensdag 11 december en

Vrijdag 20 december

Wie weet tot dan!

 

Vriendelijke groet,

Berta van der Kolk