Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Verslag stiltewandeling 29 september 2021

Ha stiltewandelaars en gedichtenliefhebbers,

En we gingen toch! De inkt van het gedicht liep al uit door de regen. Maar het grootste deel van de wandeling bleef het droog, of regende het slechts zachtjes.

Geluk gehad? Natuurlijk ook, maar we zijn gewoon gaan wandelen, hebben het laten gebeuren en dan valt het fijne loopweer je toe, zo bleek in het gesprek na afloop in de geest van Koplands gedicht!

ENKELE ANDERE OVERWEGINGEN

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten we de tijd laten gaan
waarheen hij wil,

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.

Rutger Kopland (1934)

Uit: Verzamelde gedichten,

G.A. van Oorschot, Amsterdam 2008

Oorspronkelijk in Tot het ons loslaat,

G.A. van Oorschot, Amsterdam 1997

Verschillende mensen moesten even grinniken, toen het gedicht werd voorgelezen. Door dat ‘misschien’ en vooral door de laatste zin ‘Ik zal dit uitleggen.’ En dat er dan vervolgens geen uitleg komt (ook niet in het volgende gedicht van de bundel.). Humor. ‘Hij kietelt ons.’

Verrassend ook om beelden zo om te draaien, zoals ‘hoe weiden hun vee vinden’. En dat is ook wat zo kijken, zo leven je kan geven: verrast worden.

Niet meer zoeken, niet meer zo doelgericht zijn en niet per se willen dat wat je doet of de weg die je gaat iets oplevert. De grip loslaten, afwachten. Dan vallen dingen je toe. Het toeval. ‘Genade’, denk ik automatisch.

Mensen dachten aan Prediker en vonden dit tegenovergesteld aan ‘zoekt en gij zult vinden’. Een ander dacht aan Buber: ‘Waar is God? Daar waar jij bent.’

Kopland stelt in de eerste strofe dat wij zoeken. Maar wat zoeken wij dan? Dat is voor iedereen verschillend, vond men. Het is ook moeilijk in woorden uit te drukken, zei iemand, net zoals Kopland dat blijkbaar vindt, zo blijkt uit de eerste regel. Het heeft vaak te maken met verlangen naar zekerheid, geluk, warmte, beheersbaarheid, zin.

De wandelaars lazen in dit gedicht: wees maar onzeker, sta maar open voor het hier-en-nu, dan voltrekt het mysterie zich wel (‘hoe de eenvoud zijn raadsel vindt’). Dan vinden de ‘uitzichten onze ogen’. Het vraagt om bewuste aanwezigheid, aan opmerkzaamheid, zei iemand. Het hoeft dan niet om grote ervaringen of ontdekkingen te gaan, maar je gaat juist de schoonheid van kleine dingen, van kleine gebaren, zien.

Iemand anders vond zo’n houding niet zo aanlokkelijk. Vroeg zich af of hij dat wel zou willen, zo passief, zo berustend.

Een ander zei daarop direct dat ontvangen niet passief is, maar iets is wat je actief doet.

En het is niet altijd een keuze. Je kunt stilgezet worden door een (ernstige) ziekte. Dan wordt je wereld opeens heel klein en blijk je in de kleine dingen om je heen van allerlei moois te kunnen ontdekken. Tussen de periodes van verdriet en angst door.

Anderen zeiden dat ze soms bewust kiezen ‘om tot zichzelf te komen’. Bijvoorbeeld door alleen te gaan wandelen. Dan zie je onderweg allerlei onverwachte dingen, heb je onverwachte ontmoetingen, kom je jezelf tegen. Een stiltewandelaar ervoer dit tijdens een lange pelgrimstocht. Waarbij van tevoren geen doelen waren gesteld voor de tocht, zoals mensen vaak wel doen, zoals jezelf of God zoeken of problemen oplossen. En misschien wel juist door het onbevangen op weg te gaan leverde de pelgrimstocht wél van alles op aan inzichten en diepe ervaringen.

‘Ik was niks aan het zoeken, maar heb toch veel gevonden’.

Eén stiltewandelaar gaf aan dat dit te maken heeft met een houding, haast religieus.

Een andere wandelaars vond dat het te ver gaat om in een gedicht van Kopland, die het geloof en de kerk had afgezworen, iets religieus te willen lezen. Anderen legden uit dat voor hun het woord ‘religieus’ niet zozeer een directe associatie heeft met geloof en kerk. Maar meer met het ervaren van verbinding. En ook met ontvankelijkheid en vertrouwen, dat spreekt uit Koplands gedicht. Iemand dacht aan de zin van een oosterse wijsgeer (?) ‘de weg koos jou’.

Het is niet hetzelfde, zei iemand, als ‘stil maar, wacht maar’. Zo’n ‘stille’ periode heeft namelijk effect op je dóen, vonden sommigen. Je weet daarna helderder wat je te doen staat. ‘Je vindt dan toch een weide’.

Anderen vulden aan, dat zo’n levenshouding van niet-zoeken, van loslaten en op je af laten komen (‘kome wat komt’), natuurlijk niet een soort permanente levenshouding is, maar afgewisseld wordt door wél zoeken en grip op zaken krijgen, energiek zijn en dingen aanpakken. ‘Het is niet of-of maar en-en.’ Het is het verschil tussen resultaat behalen en wachten op resultaat, zei iemand.

Het gaat om een balans. En die balans ligt voor iedereen anders. Iemand gebruikte in dit verband het beeld van een jager en een visser, en vond zichzelf meer een jager. Een ander zei: “Dan ben ik meer een verzamelaar. Een kijkend kind.’

Totdat de periode van ‘wachten’ te lang wordt. Dat kunnen mensen ervaren die een depressie doormaken. Je kunt wel blíjven wachten totdat je iets toevalt, maar dat gebeurt dan niet. Dit zelf te ervaren of te zien bij een dierbare is heel zwaar.

We kwamen nog een keer terug op de vraag ‘Wat zoeken we?’ en daar spraken we nog een hele tijd over. Dat wat we meemaken in ons leven, of wat onze dierbaren door moeten maken, tekent naar mijn idee ons omgaan met die vraag. En iedereen verhoudt zich weer anders tot de existentiële vragen.

‘Dat rusteloze zoeken naar de zin, daarmee houden we onszelf voor de gek. Het heeft geen zin! Geniet van elke dag!’

Iemand anders vond dat als je kijkt naar hoe mooi en verfijnd alles om je heen is en ook dat er, ondanks onze competitieve natuur, enkele echt goede mensen zijn, dat daar wel een kracht van buiten achter móet zitten. Dat geeft dan zin. Want ‘mensen zijn eigenlijk heel hard en het eigenbelang staat voorop’. Je kunt echter ook geloven (of bewezen achten, door Rutger Bergmans) dat alle mensen deugen…

Iemand voegde toe dat de zin in haar persoonlijk leven ligt in de verbinding met anderen en daarnaast in de persoonlijke groei en ontwikkeling die je doormaakt in je leven. Uit het werken met ernstig verslaafde mensen blijkt dat zij vaak geen keus hebben: het is leven óf dood. De zin ís leven.

Moet je de vraag ‘heeft het leven zin?’ beantwoorden met ‘het leven zelf is de zin’? Of in andere woorden, zoals die oosterse filosoof het zei ‘de weg is het doel’?

We zijn in dit nieuwe seizoen weer met elkaar op weg: bij een stiltewandeling, in de kerk, of daarbuiten.

Overal kun je verbinding ervaren. Misschien een zijige opmerking, maar zo ervaar ik het wel. Ik bedoel verbinding tussen mensen onderling, en soms daardóór met iets of iemand die boven die mensen uitstijgt. Of met degene door wie we dit gedicht lazen: Trudy Rumpt.

Even zo goed kan op al die plekken de verbinding ook zomaar kan ontbreken. Oké misschien niet even zo goed!

Misschien….

Lieve mensen, de volgende stiltewandeling is vrijdagochtend 15 oktober.

Wie weet tot dan!

Vriendelijke groet,

Berta van der Kolk