Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 6 februari 2019

Ha stiltewandelaars en gedichtenliefhebbers!

Regen! Maar toch niet de hele tijd. Of: hoe diezelfde wandeling altijd anders is.

Hoe meer zielen

 

Ik heb een ziel 
die precies in mij past-

ik doe alles met mijn ziel 

klop op mijn ziel en stof hem af 
schaaf aan mijn ziel en blaas de krullen weg 
boor gaten in mijn ziel en vul ze weer op 
met nuchtere gedachten.

 

Ik wou dat ik meer zielen had 
en van een andere soort 
oneffen zielen kromme zielen 
zielen als spartelende zilvervisjes 
als meisjes in een winterjas 
zwarte zielen.

 

Maar mijn ene ziel- 
een tamelijk vierkante effen en solide ziel- 
vult reeds alle beschikbare ruimte 
en krimpt geen milimeter 
zolang ik leef.

 

Toon Tellegen,
Uit: Wie A zegt: gedichten, 
Querido Amsterdam 2002

 

We moesten glimlachen om het gedicht. Vonden het ‘geestig’, ‘grappig’. Hadden niet kunnen vermoeden dat we er zeker een uur over aan de praat raakten.

Over wat een ziel is:

‘Je wezenskerk, waarmee je existeert, de ander tegemoet treedt’, werd gezegd, of ‘het zuiverste, mooiste stukje van mezelf’ of ‘je kern’.

Het woord heeft ook een beetje een mystieke, wonderlijke lading. Iets ongrijpbaars, onnoembaars.

 

De dochter van een wandelaar moest op de middelbare school een werkstuk maken met als titel ‘Mijn ziel’ of als dat niet aansprak ‘Mijn zijn’. Is je zijn hetzelfde als je ziel? De dichter begint het gedicht met: “Ik heb een ziel”. Hij heeft een ziel.

We spraken erover of je je ziel kunt onderscheiden van je lichaam. Zijn je lichaam en ziel één? Want drukt je lichaam niet uit wat je ziel voelt, ervaart? Je kunt ook zeggen je bént bezield.

Maar veel mensen geloven dat als je sterft je lichaam vergaat en je ziel blijft voortbestaan. Het lichaam als tijdelijke verblijfplaats van de ziel. Toch gescheiden dan?

En is geest hetzelfde als ziel? Daar kwamen we niet helemaal uit. Iemand liet het Duitse woord ‘begeistert’ vallen. We zijn ‘begeistert’. Dat woord werd ervaren als ruimer dan geest, meer als ziel.

Is ‘ziel’ een woord, een begrip, dat onder jongeren überhaupt nog gebruikt wordt? Gebruiken ze woorden als ‘zielsverwant’, ‘zielsgelukkig’, ‘op iemands ziel trappen’ en ‘met hart en ziel’ nog wel?

 

Terug naar het gedicht. De dichter zegt dat hij een ziel heeft “die precies in mij past”. Hij doet vervolgens van alles om zijn ziel een beetje te veranderen en wenst meer zielen. Maar hij moet het uiteindelijk doen met die ene ziel. Die “tamelijk vierkante effen en solide ziel-“. ‘Een beetje een saaie ziel’, vonden we, en ‘rechtlijnig’.

Heel anders dan de sprankelende, verrassende ziel die hij zich wenst. Zelfs zwart mag de ziel zijn. Wat is dat? Een ziel waar een vlekje op zit, of zelfs veel vlekjes (zoals een wandelaar als katholiek kind leerde: als je zonden doet, krijg je vlekjes op je ziel). Maar nee, zijn eigen ziel is niet zwart, maar blijkbaar een stuk braver.

Het lijkt of de dichter in die derde strofe niet zo blij is met de ziel die hij heeft. De eigenschappen van zijn ziel lijken niet zo positief. Daarbij is die ziel onveranderlijk, ‘In beton gegoten, lijkt het wel’, zei iemand. “krimpt geen milimeter”. Er is geen flexibiliteit, er past al helemaal niets anders, geen andere ziel, bij. Terwijl hij had gehoopt (zie de titel) : Hoe meer zielen  …… Maak het zelf maar af.

 

Maar als je heel het gedicht nou eens ziet als een soort levensweg, een proces, zei iemand. Je krijgt bij je geboorte een ziel, een ontvankelijke kinderziel. In de loop van je leven ga je er van alles mee doen, beleven, uitproberen, aanpassen, willen. Maar op een gegeven moment besef je dat je zo niet bent. Dat het goed is, zoals het is. Je accepteert hoe je bent, hoe je ziel is.

‘Het is wat het is’, vulde iemand anders aan, ‘net als het lopen in de regen. Dit is waarmee je het moet doen. Treed het onbevangen en onbevooroordeeld tegemoet. Beleef wat er is. Het is goed.’.

Een ziel die precies in je past is als samenvallen met jezelf, werd gezegd.

De dichter beseft in de laatste strofe dat hij het moet doen met deze ene ziel van hem. De rest van zijn leven. Dat kun je dus juist ook mooi vinden. Daarbij, wie wil er nou geen “solide” ziel? Het is je vaste kern. Je grond.

Lieve mensen, de volgende stiltewandeling is vrijdagochtend 22 februari. Wie weet tot dan!

Hartelijke groet!

Berta van der Kolk