Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 6 maart 2019

Ha stiltewandelaars en gedichtenlezers!
Het was weliswaar vrijwel droog, maar de grijze lucht en de harde, koude wind maakten het wel wat somber. “Net zo somber als de sfeer in het gedicht”, zei één van de stiltewandelaars.

Sonnet voor mijn moeder

Gij hebt, Moeder, dit leven zwaar gedragen.
Gelijk ik het zwaar draag. Wij zijn verwant.
Wij horen in dit stormbevochten land
van kavels, tussen dijk en stroom geslagen.

Ik heb uw gang: die driftige en toch trage
voetstap, die onverzettelijke trant.
Uw harde hand herken ik in mijn hand,
onwrikbaar om de schrijfstift heengeslagen.

Machtig zijn wij, in liefde en in haat.
Gij hebt u dóódgehaat, hatend het meest
uzelve, om de liefde die gij schond.

Ik ben genezen van het bitter kwaad.
En eer in stugheid, wie gij zijt geweest:
van mijn talent de donkere moedergrond.

Ida Gerhardt
uit: Verzamelde gedichten (2016?)

We wisten dat Ida Gerhardt zelf een slechte relatie met haar moeder heeft gehad. Vroegen ons af of er zich iets ergs had afgespeeld, vanwege “om de liefde die gij schond.”
Maar, zei iemand, er hoeft zich niet per se een ernstig incident te hebben voorgedaan. Iemand kan ook beschadigd raken, geen goede hechting krijgen, als een moeder het kind niet echt liefheeft, als het kind zich niet gezien gevoeld heeft.
Het gedicht laat zien dat je daar niet alleen maar aan kunt lijden. Er zit ook een andere kant aan. Voor de dichteres bleek het namelijk “de donkere moedergrond” (de voedingsbodem?) voor haar talent.
Wij herkenden dit wel. Als je als kind bijvoorbeeld te vroeg en te eenzijdig een zorgende rol hebt gekregen, heb je veel gemist in je jeugd, maar je leerde er wel van om te zorgen, te organiseren, te regelen. Er zit toch ook een andere kant aan die medaille van gemis.
Of, door je tekortschietende ouders heb je een heel leerproces in je leven moeten doormaken, van alles moeten verwerken, maar daardoor ben uiteindelijk je wel sterker geworden. Geworden wie je nu bent.
En je kunt bijvoorbeeld ook door je weinig liefhebbende ouders hebben geleerd te om knokken.
In feite leer je van alle soorten ouders iets. Je moet altijd weer een proces door. Of ze nou zogenaamd goede ouders zijn of niet. Ouders kunnen bijvoorbeeld heel liefdevol, maar erg beschermend zijn, waardoor je niet leert met tegenslagen om te gaan.

Maar voordat je je dat realiseert moet je door een hoop woede en bitterheid heen, zo bleek ons in het gedicht. De beelden zijn zo zwaar (eerste strofe), de klanken van de woorden schril. Er klinkt geen verbinding of intimiteit in door.
En dan die harde zinnen in de derde strofe. “Machtig zijn wij, in liefde en in haat.”. Hoe moet je je “machtig in liefde” eigenlijk voorstellen? Een verstikkende liefde of zoiets?
En dat je als dochter ziet dat je moeder zich heeft doodgehaat. Vreselijk toch. En dat de moeder dan zichzelf het meest heeft gehaat. “Om de liefde die gij schond”. Het gebrek aan liefde voor haar dochter, Ida, die na de dood van een babybroertje, ‘helaas’ als meisje werd geboren?
Zou de moeder beseft hebben dat zij de liefde schond, en zichzelf daarom gehaat hebben, ten dode toe?
Een heel schrijnende zin.

De volgende regel zegt “Ik ben genezen van het bitter kwaad.” Haar moeder heeft zich doodgehaat, maar de dichteres heeft dezelfde soort bitterheid losgelaten?
Sommigen twijfelden daaraan. De woorden komen juist zo hard en gesloten over. Wie zegt nou dat ze haar moeder eert? Dat klinkt zo afstandelijk. Het lijkt meer te gaan om respect. En dan ook nog eren in stugheid.
Toch, als je blijkbaar een liefdeloze moeder hebt gehad en je kunt later zeggen dat je ondanks alles haar eert in stugheid, dan is dat toch een hele stap. Misschien zelfs wel knap.
Misschien betekent het genezen zijn van het bitter kwaad wel, dat ze de bitterheid jegens haar moeder los kan laten.

We constateerden, vanuit onze eigen ervaring, dat dit eren, dit loslaten van de strijd en bitterheid, het kunnen zien dat je ondanks alle narigheid ook kwaliteiten van je moeder hebt gekregen – dankzij of ondanks haar – iets is dat je meestal pas later in je leven kunt. De mildheid en het inzicht bereik je met de jaren. En dan kun je vaak ook pas zien dat er sprake was van een onvermogen van de kant van de moeder.
“Wat heeft zo’n moeder zélf meegemaakt in haar jeugd?”, vroeg iemand zich af. Heeft de moeder (van de dichteres) zelf ooit wel geleerd om lief te hebben?
Onvermogen, beschadigend gedrag van ouders, het gaat vaak enkele generaties door. Tot in het derde en vierde geslacht. Dat leek een overdreven sombere zin uit de bijbel, maar sprekend over dit soort situaties getuigt het van grote wijsheid.

Deze verworven mildheid, dit inzicht, wil overigens niet zeggen dat je plotseling blij en ontspannen bent over je jeugd, over wat je mistte, waaraan je leed. Een wandelaars maakte ons in dit verband attent op de vorm van het gedicht: een sonnet.
Een krampachtige vorm. En vorm waar je de gedachten en woorden in moet persen. Het is geen gedicht vol genegenheid en vergevingsgezindheid waarin de woorden als het ware stromen.
Een aantal mannen onder de wandelaars dachten trouwens dat dit soort moeite en ellende zich waarschijnlijk meer voordoet tussen moeders en dochters, dan tussen zoons en hun ouders. Anderen betwijfelden dit.

Tot slot een foto van een paartje toekomstige ouders op de wieken van de molen waarbij we altijd het gedicht lezen.

Lieve wandelaars en mensen die de terugblikken meelezen,
De volgende wandeling is vrijdagochtend 22 maart. Voel je welkom om mee te gaan!

Vriendelijke groet!
Berta van der Kolk