Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 9 januari 2019

Ha stiltewandelaars en gedichtenliefhebbers,

Een prachtige, zonnige ochtend na een dag vol regen en storm. Soms knerpten we nog over een laagje hagel. Wat een geluksvogels waren we.

We mochten van de molenaar het gedicht ín de draaiende molen lezen.

Een gedicht dat Pieter Versloot, de biechtdominee uit Groningen, onlangs uitreikte in pop-up Mooi Verhaal:

Op zekere leeftijd

We wilden onze zonden belijden maar bij wie?

De wolken wilden ze niet aannemen, noch de wind

die alle zeeën bezocht, een voor een.

Het lukte ons niet de dieren te interesseren.

De honden, teleurgesteld, wachtten op een bevel.

De kat, immoreel als altijd, viel in slaap.

Een persoon die, zouden we denken, ons nastond,

had geen zin te luisteren naar wat ooit was gebeurd.

Gesprekken met anderen, onder het genot van koffie of drank,

moest je nooit voorbij het eerste teken van verveling voeren.

Het was vernederend om een uurtarief te betalen

aan iemand met een diploma, alleen omdat hij luisterde.

De kerken. Misschien. Maar wat zouden we daar onthullen?

Dat we onszelf altijd mooi en edel toeschenen,

maar later, op onze plaats, een afzichtelijke pad

zijn dikke oogleden half opsloeg

en we meteen wisten: ‘Dat ben ik.’

Czeslaw Milosz

uit: de mooiste van Milosz, 2008

Eigenlijk gaf iemand eerste reactie op het gedicht meteen de kern ervan aan: “Als je de oplossing verwacht van anderen, dan wordt het ‘em niet. Je komt bij jezelf uit. Dat je kritisch dúrft te kijken naar jezelf.”

Een ander vond het jammer dat in de eerste zin de woorden “zonden belijden” wordt gebruikt. Dat is zo beladen. Waarom niet iets als “zorgen uitspreken”?

Een volgende vond het heel herkenbaar dat anderen, als je ergens mee zit, uiteindelijk ongeïnteresseerd wegkijken. Vaak blijken mensen slechts aan de oppervlakte geïnteresseerd in wat je bezighoudt. “Het klopt wat de dichter schrijft.”

En daar kom je pas achter als je deze dingen echt doorleefd hebt. Vandaar de titel “Op zekere leeftijd”.

Wat betreft het “zonden belijden”, dat vonden we uiteindelijk wel echt iets anders dan ‘zorgen uitspreken’. Het gaat hier om dat wat je fout deed, of naliet. Schuld bekennen.

Aansluitend bij de eerste reactie: het gaat om schuld bekennen naar jezelf toe, eerlijk zijn naar jezelf.

“De schijn loslaten”, voegde iemand nog toe, daarmee aansluitend bij de zin “dat we onszelf altijd mooi en edel toeschenen.”

 

Zonden belijden aan jezelf, over jezelf. Want bij anderen kun je vaak niet terecht.

Ten diepste zal een ander je nooit helemaal begrijpen, of geen tijd of geen zin hebben om naar je te luisteren, om zich in je te verdiepen.

In het gedicht voel je de teleurstelling, de radeloosheid hierover.

Overigens hoeft dat schuld erkennen aan jezelf, niet tot een bestraffende, veroordelende houding te leiden.

Je mag best met mededogen naar je eigen fouten en missers kijken!

Dat is ook beter, want daardoor durf je je tekortkomingen beter onder ogen te zien.

En dat is toch het begin van een mogelijkheid om het in het vervolg anders te doen.

 

Maar Milosz gaat met zijn beeld van de “afzichtelijke pad” (overigens vond niet iedere wandelaar een pad ‘afzichtelijk’, niet voor ieder was dit een goed gekozen beeld) nog wel een stap verder.

“Je hoeft toch niet zó negatief naar jezelf te kijken”, zei een wandelaar.

Nou, soms is het juist goed om dat gevoel niet direct weg te poetsen, zo vonden anderen. En al helemaal niet met een riedeltje over Jezus. “Jezus als alle-dingen-doekje.”

Het gaat om de vraag “Durf ik mijzelf in de ogen te kijken?”. Dat gaat verder en is moeilijker dan bij anderen aan kloppen en van hen oplossingen te verwachten.

 

Daarom vond een aantal wandelaars het betalen van “iemand met een diploma, alleen omdat hij luisterde”, opgevat als therapeut, ook niet vernederend.

Te badinerend en overtrokken verwoord in het gedicht, vonden ze.

Een goede therapeut geeft je geen oplossingen, maar leert je te kijken naar jezelf en zelf tot oplossingen te komen.

Leert je te dealen met je hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Hij of zij neemt het niet van je over.

“Het gaat om het leren zelf te dragen”, verduidelijkte iemand.

“Je wond wordt er niet kleiner door, want hij komt juist meer aan het licht. Je kunt het niet meer wegdrukken. Maar daardoor kun je er constructiever en gezonder mee om gaan.”.

 

En zo kwamen we te spreken over biechten. Eén van de wandelaars is katholiek opgevoed en kende het biechten uit eigen ervaring.

Zij ervoer het biechten als iets positiefs. “Het hardop uitspreken doet wat. Je praat het van je af, je hoort het jezelf zeggen en kunt er dan niet meer omheen.”

Als zij ging biechten met de intentie “De fout die ik heb gemaakt wil ik nooit meer maken”, voelde zij zich na het biechten opgelucht.

Bij een wandelaar kwamen psalmregels naar boven borrelen die hierbij precies aansluiten: “zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente” (een snelle googelaar vond psalm 32).

Dat het biechten nog steeds in een behoefte voorziet en helend kan werken blijkt wel uit het feit dat er elke woensdag mensen komen biechten bij de biechtdominee in Groningen.

 

Ten slotte verwonderden we ons over het feit dat de dichter aldoor spreekt over “we” in plaats van “Ik” . wie zijn “we”.

Is het om zijn eenzaamheid en radeloosheid (zie boven) te bezweren?

Eigenlijk wel begrijpelijk, want je hebt elkaar soms wél nodig. Ook al begrijpt de ander je niet en heb je niks aan diens reactie. Dan vraag je je namelijk af, waarom je niks aan die reactie had en leer je daar weer van.

 

Lieve stiltewandelaars en meelezers, de volgende stiltewandeling is vrijdagochtend 25 januari.

Ook als je nog nooit of lange tijd niet meedeed: wees welkom om eens mee te lopen en na afloop deel te nemen aan het gesprek!

 

Vriendelijke groet!

Berta van der Kolk