Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 18 januari 2023

Ha stiltewandelaars en gedichtenliefhebbers!

Een prachtig zonnige ochtend. Het vroor nog. De Aa was tot ver buiten zijn oevers gestegen, tot aan het dijkje van het fietspad. Daarover ging de wandeling terug, want naar het hoge bruggetje was het paadje onbegaanbaar. Maar wat een uitzicht! En overal bevroren plassen en ook oevers van de Aa waren omrand met ijs. Met daarin de prachtigste patronen. We zagen een paard dat met zijn voorpoot een klein wak in een bevroren plas stampte, zodat hij eruit kon drinken.

Een gedicht van C.O. Jellema vanochtend. Moeilijk, maar het leverde wel veel gespreksstof op.

Beeldwoord

Nu schrijf ik het. God. Stil.
Het zwijgen van de taal is luider dan
wat winterwind in kale bomen kan
veroorzaken: het minste takgetril
breekt wat beweging niet verlangt. De wil
om dit te lezen als symbool, daarvan
bevrijd te zijn, gedacht systeem, als plan –
beeld of bedoeling maakt toch geen verschil?

Beijzeling. Het licht, gefilterd in de
vitrages, tekent letterlijk de linde-
boomtoppen tussen hier en ginds. Daarin

grammatica en de syntaxis vinden.
In de slaap geeft hij het aan zijn beminden:
beelden. Wie waakt ontwaakt in woordbegin.

C.O. Jellema

Onder genot van koffie en gebak (!) in de warmte van Het witte huis in Zeegse probeerden we vat op dit gedicht te krijgen. Dat was op zijn zachtst gezegd niet eenvoudig.

We haakten aan zinnen die we mooi vonden of extra lastig.

“In de slaap geeft hij het aan zijn beminden” was zo’n zin die ‘raakte’. Hij komt uit psalm 127 en ‘ontroerde’ de stiltewandelaars zelfs.

Een zin met zachte taal, zachte woorden.

In feite bracht het gedicht ons in verwarring. Jellema switcht in dit gedicht heen en weer tussen de zachtere, mildere, wat mystieke taal en de hardere, meer rationele woorden. Bij de zachte zinnen voelden we ons op ons gemak, de hardere zinnen stootten ons wat af.

Hij begint het gedicht alsof hij een daad stelt “Nu schrijf ik het.”. Hij schrijft “God.” God met een punt erachter en “Stil.”.

Betekent het al heel wat voor de dichter dat hij het woord God schrijft en het woord Stil? Of zegt hij tegen God dat die stil moet zijn?

Of volgt op God. Stil. Is er zwijgen na God? Zijn er geen woorden voor? We vonden dat in dat geval het gedicht na de eerste zin af was. Zwijg verder maar, want over God past stilte, zwijgen. Taal is niet bij machte om iets over God te zeggen. Schiet altijd tekort.

Maar het zwijgen is oorverdovend en zelfs vernietigend. Het zwijgen is luid en ook koud. Wat niet bewegen wil breekt. Kale, bevroren takken breken sneller. Is God in de ogen van de dichter zo statisch en star dat hij/zij breekt in de “winterwind” ofwel door “het zwijgen van de taal”.

Eén van de wandelaars vulde uit eigen ervaring aan, dat als je je stilhoudt er juist vaak veel lawaai naar boven kan komen. De stilte wordt dan dikwijls oorverdovend. Terwijl je in stilte graag stilte wilt, komt er toch onrust, beweging.

Maar de dichter ervaart een dergelijk effect – dat luide zwijgen, het breken van wat beweging niet verlangt – als bevrijdend. Het zwijgen bevrijdt hem van (een statische) God? Is dat wat hij bedoelt? Bevrijdt het hem van God als gedacht (gedacht en geen bédacht!) systeem? God als plan, als beeld, God mét plan, mét bedoeling. Het maakt toch geen verschil? vraagt de dichter zich af. Hij weet het niet zeker.

Dat onzekere, dat heen en weer switchen tussen ratio en ervaring, dat is wat wij steeds ervoeren in het gedicht. Bevrijd zijn van God, maar toch dat vraagteken. Woorden die taal analyseren “grammatica en de syntaxis”, maar dan weer een psalmregel.

De middelste strofe bleef ook een tijd een raadsel voor ons. En wie zegt dat we nu wel begrijpen wat de dichter bedoeld heeft…

Ten eerste speelt Jellema in deze strofe, net als in de eerste, met stilstand en beweging. “Beijzeling” maakt statisch, vitrages zien wij bewegen in een luchtstroom.

Met “tussen hier en ginds” kan volgens ons bedoeld zijn, tussen de rationeel te bevatten werkelijkheid hier en een ginds die je alleen kunt ervaren. En dat ginds is dan misschien het Mysterie, God. Dat kun je immers niet rechtstreeks zien of begrijpen. Dat zie je hoogstens via een soort projectie, gefilterd door ijzel en afgetekend als schaduwen op vitrages. Of bijvoorbeeld via het Gelaat van de Ander (à la Levinas), of via Jezus, of in de ogen van de ander.

En daarvan zou de dichter blijkbaar grammatica en de syntaxis willen ontdekken. Welk systeem zit erin? Hij wil het, maar het lukt blijkbaar niet, of hij wil het toch eigenlijk niet. ‘Ratio heeft geen toegang tot de mystiek, zei een wandelaar. En een andere wandelaar, gegrepen door de teksten van Meister Eckhardt, vertelde dat ze geleerd had dat je er niet teveel over moet praten, maar deze mystieke teksten moet ervaren.

En dus springt Jellema vervolgens naar de psalmtekst. Een ander soort taal. Met een andere belevingswereld. We beleefden rond die woorden een soort ‘koestering’.

Ook in de laatste zin kun je een verwijzing naar een bijbelse tekst ontwaren: ‘in den beginnen was het Woord.’ Of heeft het te maken met het proces van de dichter. Van zwijgen, geen woorden hebben, naar toch weer een woord, een begin van tekst, een gedicht vinden?

Als je slaapt ontvang je “beelden”, als je waakt “woordbegin”.

“Wie waakt ontwaakt in woordbegin”, een raadselachtige zin, ookl vanwege “wie waakt ontwaakt”. Niet ‘wie slaapt ontwaakt’.

Wij vertelden elkaar wat dromen ons doen en soms geven. En hoe je kunt waken aan een sterfbed en als de stervende dan opeens iets zegt, je een gevoel kunt hebben van ontwaken. ‘Je ontwaakt dan door zo’n woord uit een andere diepte’, verwoordde iemand het.

Ook kun je ’s nachts rondspoken in gesomber en gepieker, half in slaap. Als je dan echt helemaal wakker wordt, en ontwaakt, krijg je er de regie opeens over. Kun je woorden geven aan die rondspokende gevoelens. Kun je herkennen, zien, er vat op krijgen.

Een zoektocht naar aanleiding van een weerbarstig, maar toch zo prachtig, gedicht.

Door de wisseling in taal en beelden laat Jellema ons als het ware meevoelen met zijn eigen worsteling.

Maar dit kan ook allemaal inlegkunde zijn. En dat geeft niks, want wij hadden dóór het gedicht een bijzonder gesprek!

Wil je eens keer meedoen met zo’n gesprek en de stiltewandeling die eraan vooraf gaat: wees van harte welkom!

De volgende stiltewandeling is gepland op: vrijdag 28 januari

Hartelijke groet!

Berta van der Kolk