Ontmoeten, aandacht, elkaar scherp houden, betrokkenheid bij de wereld en bij elkaar, verdieping en bezinning.

Stiltewandeling 4 mei 2022

Ha stiltewandelaars en gedichtenlezers!

We vertrokken met grijzig en best koud weer, maar de zon kreeg steeds meer de ruimte. En zo zagen we het voorjaar op z’n allermooist. Al die ontluikende boomblaadjes, soms haast fluorescerend groen. En zoveel bloemen: weilanden vol met pinksterbloemen, slootranden overladen met witte hoornbloem en warmgele dotters. Dat we hier zo dichtbij wonen!

Argumenten voor het overwinnen 
van de machteloosheid 

Wij hebben de langste adem 
wij hebben de betere toekomst nodig 
bij ons horen de mensen met erger pijn 
de slachtoffers van het kapitaal 
bij ons heeft al eens iemand brood verdeeld 
dat voldoende was voor allen 

Wij hebben de langste adem 
wij bouwen de menselijke stad 
onze bondgenoten zijn 
de mensen zonder rechten in de inrichtingen 
de mensen zonder land in de steden 
bij ons horen de doden van de tweede wereldoorlog 
die eindelijk gerechtigheid te eten willen hebben 
bij ons is al eens iemand opgestaan uit de doden 

Dorothee Sölle 

Uit: De langste adem, gedichten over geduld en revolutie, 1977

We spraken naar aanleiding van dit gedicht over hoop. En dat hoop niet nergens op gebaseerd is. Dat er goede argumenten zijn om hoop te behouden. Hoop en geloof dat het werkelijk goed komt met die betere toekomst. Want veel mensen hebben die betere toekomst nodig. Namelijk  “de mensen met erger pijn, de slachtoffers van het kapitaal”.

Sölle dicht: ‘wij bouwen de menselijke stad’. De wandelaars spraken in dat kader over de kloof. Mensen die veel bezitten en mensen die weinig te besteden hebben. Dat willen we niet in de menselijke stad. Daar gaat het om delen. Brood verdelen, zoals Sölle dicht. Dat betekent dat die menselijke stad ook consequenties heeft voor ons. Als we eerlijk verdelen, betekent het dat de één inlevert en de ander (eindelijk) krijgt. De eersten zullen soberder moeten leven.

Is dat moeilijk vroegen we ons af? Kunnen wij, zoals we bij elkaar zaten in de zon, met minder toe? Door de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis zit het er ook echt aan te komen. Dat we allemaal met minder toe moeten kunnen. Kunnen we dat? Zijn wij, zijn onze kinderen, niet te gewend geraakt aan vlieg-stedentripjes, aan terrasjes en regelmatig nieuwe kleren? En wijzelf? We dachten aan onze studententijd, en concludeerden dat we toen soberder leefden. Maar kun je dat dan nu zomaar  verwachten van de huidige generatie? Hoe lastig is het voor hen om een uitzondering te zijn; niet het goedkope vliegtuig te nemen, maar de veel duurdere trein voor een stedentrip?

Is er genoeg voor iedereen als we het beter verdelen? Als je denkt aan “onze bondgenoten” in het gedicht van Sölle, denk je, wíl je, natúúrlijk is dat zo, natuurlijk delen we eerlijker. Sölle gelooft erin, want: “wij hebben de langste adem”, “wij bouwen de menselijke stad” . Niet: wij verlángen naar de menselijke stad, of zo, nee, wij bóuwen! Met als argumenten: ”bij ons heeft al eens iemand brood verdeeld dat voldoende was voor allen” en “bij ons is al eens iemand opgestaan uit de doden”. Mij ontroeren die zinnen zeer. Het is het en tóch van de Joden. Geloven en vertrouwen tegen de klippen op. Zoals Jezus leefde. Niet als politicus met een partijprogramma, maar door het goede te doen in zijn eigen omgeving. Jij in je eigen invloedssfeer. Opstaan tegen onrecht, je mond open doen, helpen wie je kan. Verzet tegen racisme en uitsluiting. Het bouwen van de menselijke stad is geen visioen is van ooit en ‘stil maar wacht maar’, maar het zál en kán! Want “wij hebben de langste adem”.

Het woord ‘machteloosheid’ haalde ook ook gevoelens naar boven rond ernstige ziekte van geliefden. Het meegaan in de medische molen, informatie niet op tijd uitgelegd krijgen, leven tussen angst en hoop. Slopende onzekerheid. En de levensnoodzaak om soms iets voor jezelf te doen, omdat je het anders niet volhoudt.

Eigenlijk is het net als nu, in tijden van oorlog en dreiging, zei iemand, doorgaan met liefhebben en genieten van wat voor je voeten komt, zoals van de prachtige natuur deze ochtend. En je hoeft het niet alleen te dragen, je kunt het delen met anderen en die naar je luisteren en je zien. Zodat je je herkend en erkend voelt.

Over het gedicht is vast nog veel meer te vertellen, maar we hadden al gesprekstof te over.

Wie een keer (weer) mee wil lopen en praten is van harte welkom. De eerstvolgende wandeling is op vrijdagochtend 20 mei.

De stiltewandeling op woensdag 1 juni GAAT NIET DOOR.

In juni zijn nog 3 stiltewandeling gepland: 1, 17 en 29 juni.

Wie weet tot dan ergens!

Vriendelijke groet!

Berta